
Klokkijken is voor veel kinderen even wennen. Ze zien cijfers op een digitale klok en wijzers op een analoge klok, terwijl we de tijd weer anders uitspreken dan hoe het op de klok staat. Op een digitale klok kan bijvoorbeeld 14:30 staan, maar we zeggen half drie. Voor kinderen voelt dat soms alsof er twee verschillende systemen bestaan. In werkelijkheid vertellen beide klokken precies hetzelfde verhaal. Zodra kinderen vaker naar klokken kijken en merken dat dezelfde tijd op verschillende manieren kan worden weergegeven, begint dat verhaal langzaam logisch te worden
Zo lees je een digitale klok
Een digitale klok laat de tijd zien met cijfers, zoals 07:30 of 14:30. Het eerste getal geeft het uur aan en het tweede getal de minuten. Veel digitale klokken gebruiken het 24‑uurs systeem, dat betekent dat de klok na 12:00 gewoon door telt. Zo is 13:00 één uur ’s middags en 14:00 twee uur ’s middags. Later op de dag zie je bijvoorbeeld 18:00 voor zes uur ’s avonds. De klok loopt door tot 23:59 en springt daarna weer naar 00:00, wat twaalf uur ’s nachts is. Kinderen komen dit soort tijden vaak tegen zonder dat ze er bewust bij stilstaan, bijvoorbeeld op een oven of een wekker in huis.
Hoe zit dat met een analoge klok?
Naast digitale klokken leren kinderen ook de analoge klok lezen. Dat is de klok met cijfers van 1 tot 12 en twee wijzers. De kleine wijzer laat het uur zien en de grote wijzer de minuten. Wanneer de grote wijzer bovenaan bij de 12 staat, is het precies een heel uur. Staat de grote wijzer op de 6, dan noemen we dat half. De kleine wijzer staat dan niet meer precies bij het vorige uur maar al een stukje richting het volgende uur. Zo ontdekken kinderen dat half drie eigenlijk betekent dat we halverwege twee en drie uur zitten.
De grote wijzer beweegt ondertussen steeds verder over de klok. Tussen de cijfers staan kleine streepjes die de minuten aangeven. Elk cijfer staat voor vijf minuten. Wanneer de grote wijzer bij de 3 staat, is het kwart over. Staat hij bij de 9, dan is het kwart voor. Door dit vaak te zien, krijgen kinderen gevoel voor hoe tijd vooruitgaat.
Hoe horen digitale en analoge klokken bij elkaar?
Digitale en analoge klokken laten dezelfde tijd zien, alleen op een andere manier. Wanneer een digitale klok 14:30 aangeeft, zie je op een analoge klok dat de grote wijzer op de 6 staat en de kleine wijzer tussen de 2 en de 3. Dat moment noemen we half drie. Door beide klokken naast elkaar te bekijken, zien kinderen dat het eigenlijk dezelfde tijd is die op twee manieren wordt laten zien.
Waarom klokkijken soms lastig is
Klokkijken voelt voor veel kinderen ingewikkeld omdat er meerdere dingen tegelijk gebeuren. Ze moeten begrijpen dat digitale tijden doorlopen tot 24 uur, dat de wijzers op een analoge klok rond bewegen en dat we tijden soms anders uitspreken dan ze eruitzien. Daardoor lijkt het soms alsof er meerdere regels zijn. Wanneer kinderen echter vaker naar klokken kijken en dezelfde tijden terugzien in hun dag, verdwijnen die losse puzzelstukjes langzaam en ontstaat er overzicht.
Thuis oefenen met klokkijken
Thuis oefenen kan heel vanzelf gaan. Kijk bijvoorbeeld samen naar een klok in huis en vraag hoe laat het is. Benoem wat je ziet en praat er even over. Is het ochtend, middag of avond? Je kunt ook vragen hoe laat iets ongeveer zal zijn, zoals wanneer jullie gaan eten of wanneer het tijd is om weg te gaan.
Het helpt ook om digitale en analoge klokken met elkaar te verbinden. Zie je op de oven 18:00 staan, kijk dan samen naar een analoge klok en vraag waar de wijzers zouden staan. Door dat soort kleine momenten groeit het begrip vaak vanzelf.
Wil je dit spelenderwijs oefenen? Met ons oefenpakket Tijdreis ontdekken kinderen klokkijken op een rustige en leuke manier. Het pakket bevat meerdere spellen en materialen waarmee je samen tijden leert herkennen en begrijpen. Je ontvangt een fysiek leerpakket dat speciaal is ontworpen voor thuis oefenen, zonder voorbereiding en zonder scherm.